Marcus Tullius Cicero

Marcus Tullius Cicero (spreek uit: Markoes Toellioes Kikero) (Arpinum, 3 januari 106 v. Chr. – Formiae, 7 december 43 v. Chr.) was een Romeins redenaar, politicus, advocaat en filosoof. Zijn leven viel samen met de val van de Romeinse Republiek en de gebeurtenissen die daaraan vooraf gingen. Zelf speelde hij bij veel van de politieke gebeurtenissen in deze tijd een grote rol. Cicero's schrijven schenkt een belangrijk historisch inzicht in deze periode.

Cicero's leven

Cicero werd geboren in Arpinum, in een rijke familie van landeigenaren, de Tullii. De politieke posities werden in die tijd vooral bezet door rijke families en hoewel rijk, heeft Cicero's familie geen grote politieke invloed. Cicero, die al van jongs af aan een politieke ambitie koesterde, groeide op met een afkeer van de rijkere en beroemdere families in Arpinum.

Zonder noemenswaardige achtergrond had Cicero weinig opties om een politieke carrière te bewerkstelligen. Een succesvolle militaire carrière was doorgaans een goede manier om door te dringen tot de Romeinse politiek, maar Cicero had een gegronde afkeer van oorlog. Opmerkelijk was wel dat de vermogende familie van zijn echtgenote Terentia, met wie hij rond 80 v. Chr. in het huwelijk trad, hem heeft gesteund bij de uitbouw van zijn politieke carrière.

Cicero betrok een positie als quaestor in West-Sicilië rond 75 v. Chr., en begon een succesvolle carrière als advocaat. Hij had het motto aangenomen dat aan Achilles werd toegeschreven, altijd de beste te zijn en de rest te overtreffen. In zijn politieke ambitie werd hij echter nog steeds gehinderd door zijn gebrek aan achtergrond. Daarbij komt nog het feit dat de vorige Novus Homo (Nieuwe Man, Een consul, zonder voorvaders met de positie van consul), de politiek radicale Gaius Marius was. Gedurende zijn leven blijft Cicero de terugkerende vergelijking met Gaius Marius (die ook uit een Arpinische familie stamt) haten.

In 63 v. Chr. werd Cicero de eerste Novus Homo sinds 30 jaar. Zijn enige significante verworvenheid tijdens zijn ambtstermijn was het verijdelen van een complot, dat tot doel had de Romeinse Republiek ten val te brengen, opgezet door Lucius Sergius Catilina, de tegenstander van Cicero in de verkiezing tot Consul. Hij kondigt een staat van beleg af (senatus consultum de re publica defendenda of senatus consultum ultimum) en laat een handvol samenzweerders executeren. Hij ontvangt hiervoor de eretitel "Pater Patriae", maar leeft de jaren daarop in angst voor vervolging wegens het ter dood veroordelen van Romeinse burgers zonder proces.

In 58 v. Chr. introduceert de demagoog Publius Clodius Pulcher een wet die de straf van verbanning stelt op het executeren van Romeinse burgers zonder proces. Cicero houdt vast aan de verdediging dat de senatus consultum ultimum hem tijdelijk de macht van dictator gaf. Hij verlaat net voor het invoeren van de wet Rome en vlucht naar Kuzikos.

Na een politieke turbulente periode combineren in 60 v. Chr. Caesar, Pompeius en Crassus hun krachten om de Romeinse politiek over te nemen. Dit triumviraat (driemanschap) heft de verbanning van Cicero op en zijn bezittingen worden hem teruggegeven. Hij betaalt de schuld die hij hierdoor heeft bij het triumviraat af als advocaat. Het drietal probeert Cicero over te halen zich bij hen te voegen, maar na een periode van aarzeling besluit deze dat zijn loyaliteit aan de Senaat en het Republikeinse ideaal sterker is.

Nadat Crassus sterft begint Pompeius samen met de rest van de Senaat zich tegen Caesar te keren, die op dat moment ten strijde trekt tegen de Germaanse stammen. In 50 v. Chr. verergert het conflict tussen Pompeius en Caesar. Cicero geeft de voorkeur aan Pompeius, maar wil van Caesar geen permanente vijand maken. Als Caesar in 49 v. Chr. Italië binnenvalt, vlucht Cicero uit Rome. Caesar probeert Cicero over te halen om terug te komen, maar Cicero reist af naar Salonika. Na Caesars overwinning, komt Cicero echter weer terug in Rome. De verstandhouding met zijn vrouw Terentia gaat sindsdien zienderogen achteruit en eindigt met een echtscheiding in 46 v. Chr., na meer dan dertig jaar huwelijk.

In een brief aan Varro op 20 april 46 v. Chr., vertelt Cicero hoe hij zijn rol onder Caesar ziet: "Ik adviseer je te doen wat ik mijzelf adviseer - vermijd gezien te worden, ook als we niet kunnen vermijden dat er over ons gepraat wordt. Als onze stemmen niet meer gehoord worden in de Senaat en het Forum, laat ons dan het voorbeeld volgen van de oude wijzen en ons land dienen door ons schrijven, ons concentrerend op gebieden van de ethiek en de constitutionele wetgeving."

In februari 45 v. Chr. sterft Tullia, Cicero's dochter, een schok waarvan hij nooit helemaal bekomt.

Cicero was getuige van de moord op Caesar in maart 44 v. Chr., maar maakte geen deel uit van het complot. Cicero en Marcus Antonius werden de twee grootste figuren in politiek Rome. Cicero als vertegenwoordiger van de Senaat en Antonius als Consul en uitvoerder van Caesars testament. Er ontstaat een machtsstrijd tussen Antonius, Lepidus en Octavianus (adoptiezoon van Caesar, later Augustus genaamd). Cicero, nog steeds een groot voorstander van de republiek, houdt een aantal redes (de Philippica's), die de senaat op moeten zetten tegen Marcus Antonius, ten gunste van Octavianus, toen nog een tiener. Cicero gelooft dat Octavianus zonder veel problemen door de Senaat gebruikt kan worden (Adolescens laudandus, ornandus, tollendus).

Cicero's plan faalt wanneer Antonius, Lepidus en Octavianus tot een overeenkomst komen en besluiten hun macht te delen. Eén van de afspraken rond de overeenkomst is dat de drie ieder hun vijanden mogen executeren zonder gevolgen. Antonius zet niet alleen Cicero op zijn lijst, maar ook zijn zoon, broer en neef. Octavianus, die zijn succes goeddeels te danken heeft aan Cicero, besluit Cicero geen bescherming te bieden. Cicero, zijn broer en zijn neef trachten uit Italië te vluchten. Zijn broer en zijn neef worden vermoord wanneer zij hun vlucht staken om aan geld te komen, maar Cicero zet door. Plutarchus beschrijft de laatste momenten van Cicero: "Cicero hoorde [zijn achtervolgers] komen en gaf zijn dienaren opdracht de draagbaar (waarin hij vervoerd werd) neer te zetten waar zij stonden. Hij keek vastberaden naar zijn moordenaars. Hij was bedekt met stof; zijn haar was lang en ongeordend en zijn gezicht was pokdalig van zijn angsten - zodat de meeste omstanders hun gezicht bedekten terwijl Herennius hem doodde. Zijn keel werd doorgesneden toen hij zijn nek uit de draagbaar stak. Naar Antonius' orders sneed Herennius zijn hoofd en handen af." Antonius laat vervolgens Cicero's hoofd en handen aan het podium in de senaat timmeren als waarschuwing voor anderen. Cicero's zoon, Marcus, verblijft in Griekenland op het moment van de moord en ontsnapt zo aan executie. In 30 v. Chr. wordt hij consul onder Octavianus, die Antonius versloeg nadat het tweede triumviraat ineenstortte.

Overzicht van Cicero's belangrijkste werken

In grote lijnen kan men Cicero's rijke literaire oeuvre indelen in vier hoofdcategorieën (tussen haakjes staan de jaartallen waarin ze werden uitgegeven of uitgesproken):

Redevoeringen
  • Pro Sexto Roscio Amerino (80 v. Chr.) was een pleitrede voor de jonge Sextius Roscius die ervan beschuldigd werd zijn vader te hebben vermoord.
  • In Verrem (Tegen Verres, 70 v. Chr.), een reeks van 7 redevoeringen gericht tegen een zekere Verres, praetor in in Sicilië, die zijn provincie rijkelijk geplunderd had. Cicero nam de aanklacht op zich, op verzoek van de Sicilianen zelf, die een goede herinnering hadden bewaard aan diens quaestuur in 75.
  • De imperio Cn. Pompei (Over het commando van Cn. Pompejus, 66 v. Chr.), Cicero's eerste belangrijke politieke redevoering, was gericht tot het Romeinse volk ter verdediging van een wetsvoorstel van de volkstribuun Manilius, dat aan Pompejus de leiding overdroeg van de militaire campagne tegen Mithridates.
  • In Catilinam (Tegen Catilina, 63 v. Chr.), vier redevoeringen tegen Catilina en zijn aanhangers na hun mislukte staatsgreep. Cicero, die dat jaar consul was, was er zo trots op dat hij zelf de uitgave ervan verzorgde in het jaar 60.
  • Pro Murena (Voor Murena, eveneens 63 v. Chr., chronologisch tussen de 2e en de 3e In Catilinam), een pleitrede voor een zekere Murena, die tot consul was verkozen voor het jaar 62. Een van de mislukte kandidaten diende echter een klacht in wegens vermeende omkoperij. Cicero verdedigde zijn cliënt met zoveel brio en humor dat hij werd vrijgesproken.
  • Pro Archia (Voor Archias, 62 v. Chr.) is de pleitrede voor de Griekse dichter Archias, die sinds jaren in Rome gevestigd was, maar wiens burgerrecht men in vraag stelde. De rede is uitgegroeid tot een schitterende lofrede op de poëzie en op de literatuur in het algemeen. Cicero nam met genoegen de verdediging van Archias op zich, omdat hij bij deze een lofdicht op zijn eigen consulaat had "besteld" (overigens zonder gevolg)
  • Pro Caelio (Voor Caelius, 56 v. Chr.), is Cicero's pleitrede voor Marcus Caelius Rufus. Hij was beschuldigd door Lucius Sempronius Atratinus, wiens vader, Lucius Calpurnius Bestia, eerder aangeklaagd was door Caelius. Clodia vulde deze aanklacht aan met 2 eigen beschuldigingen: Caelius zou goud van haar hebben geleend en zou getracht hebben Clodia te vergiftigen via haar slaven.
  • Pro Milone (Voor Milo, 52 v. Chr.), wellicht Cicero's meesterwerk, is een pleitrede ter verdediging van Titus Annius Milo, aangeklaagd wegens moord op de gewetenloze demagoog Clodius.
  • Pro Ligario (Voor Ligarius, 46 v. Chr.) is een pleitrede voor Ligarius, een gewezen aanhanger van Pompejus, aan wie Julius Caesar na zijn overwinning in de 2e burgeroorlog de terugkeer naar Italië had verboden. Vóór de dictator pleitte Cicero - met succes overigens! - voor de terugkeer van zijn cliënt.
  • In Marcum Antonium orationes Philippicae (Philippische redevoeringen tegen Marcus Antonius, 44/43 v. Chr.), een reeks van 14 redevoeringen gericht tegen de persoon van Marcus Antonius. Naar het voorbeeld van Demosthenes' Philippicae, gericht tegen Philippus II van Macedonië, klaagt Cicero hier, tegenover Senaat en Volk, de politieke ambities aan van Antonius. De inhoud van deze redevoeringen zou Cicero fataal worden.
Tractaten over welsprekendheid
  • De Oratore (Over de Redenaar, 55 v. Chr.) is in dialoogvorm geschreven, naar het voorbeeld van Plato's dialogen. In het eerste boek wordt gesproken over de algemene ontwikkeling die voor een redenaar onontbeerlijk is. Het tweede handelt over de inventio en de dispositio, en het derde over de stijl, de lichaamstaal en de stem van de (goede) redenaar.
  • Partitiones Oratoriae (54 v. Chr.?) is opgesteld ten behoeve van Cicero's zoon Marcus. Het werd een praktisch handboek in vragen en antwoorden, waarin de zoon allerlei vragen stelt in verband met de redekunst, waarop de vader dan een antwoord geeft.
  • Brutus (46 v. Chr.) is een gesprek tussen Cicero, Brutus en Atticus, waarin een historisch overzicht wordt gegeven van de Romeinse welsprekendheid.
  • Orator (De Redenaar, 46 v. Chr.) is een werk waarin de auteur het ware beeld wil ophangen van de ideale redenaar. Cicero heeft hier afgezien van de dialoogvorm, en het werk is dan ook minder didactisch dan zijn De Oratore.
Filosofische tractaten
  • De Re Publica (De Staat, 54 v. Chr.), een tractaat dat in navolging van Plato's dialoog Politeia handelt over de ideale staat. De boeken I-III zijn grotendeels bewaard gebleven, maar van IV-VI zijn slechts fragmenten over, waaronder het zogenaamde Somnium Scipionis, waarmee het werk afsluit.
  • De finibus malorum et bonorum (45 v. Chr.) handelt (in vijf boeken) over het hoogste goed.
  • Tusculanae disputationes (Gesprekken in Tusculum, 45 v. Chr.) zijn in dialoogvorm geschreven. De gesprekspartners zijn verondersteld bijeen te komen in Cicero's villa te Tusculum. De behandelde onderwerpen (het misprijzen van de dood, het verdragen van pijn en tegenslagen, ...) zijn meestal stoïcijns van inslag.
  • De natura deorum (Over de aard der goden, 45/44 v. Chr.), drie boeken die achtereenvolgens handelen over de godsopvattingen bij Epicurus, bij de Stoicijnen en de Academici.
  • De senectute (Over de Ouderdom, 44 v. Chr.) zingt de lof van het ouder worden.
  • De amicitia (Over de Vriendschap, 44 v. Chr.) is een lofzang op de ideale vriendschap.
  • De officiis (Over de Plichten, 44 v. Chr.) is een tractaat in drie boeken over de plichten, geschreven ten behoeve van zijn zoon Marcus.
Correspondentie

Het gaat over een collectie van ongeveer 900 brieven (waaronder ook enkele antwoorden van correspondenten). De publicatie ervan werd verzekerd hetzij door Atticus (althans voor de brieven aan deze gericht), hetzij door Cicero's privé-secretaris Tiro (een vrijgelaten slaaf).

  • Ad Familiares (Aan familie en vrienden, jaren 63 tot 43 v. Chr.), zijn 16 boeken met brieven gericht tot zijn vrouw, zijn dochter, zijn zoon, zijn secretaris en een groot aantal vrienden en relaties.
  • Ad Atticum (Aan Atticus, jaren 68 tot 43 v. Chr.), eveneens 16 boeken met brieven gericht tot zijn beste vriend Titus Pomponius Atticus, wiens zus gehuwd was met Cicero's broer Quintus.
  • Ad Quintum fratrem (Aan zijn broer Quintus, jaren 60 tot 54 v. Chr.), drie boeken met brieven gericht tot zijn broer Quintus toen deze stadhouder in Klein-Azië was.
  • Ad Brutum (Aan Brutus, 44/43 v. Chr.): de authenticiteit van deze 2 boeken met brieven wordt echter ernstig in vraag gesteld.

Trivia

Een tekst van Cicero ligt aan de basis van het nog altijd in de grafische wereld (en die van de moderne dtp-programma's) toegepaste Lorem ipsum.

Zeer bekende en vaak geciteerde uitstraak van Cicero: Quo usque tandem, Catilina, abutere patientia nostra?