Astrid Lindgren

Astrid Lindgren (geboren Astrid Anna Emilia Ericsson op 14 november 1907 in Vimmerby in Zweden, en overleden op 28 januari 2002 in Stockholm) was een Zweedse schrijfster die wereldberoemd werd met haar kinderverhalen, die ook door veel volwassen werden gelezen. De naam Lindgren wordt met de g van goal en de e van één uitgesproken.

Levensloop en familieleven

Astrid Ericsson groeide op op de boerderij Näs in Vimmerby in Småland in het zuiden van Zweden, die haar ouders, Samuel August Ericsson (-1969) en Hanna Jonsson Ericsson (-1961), pachtten. Astrid was hun tweede kind; ze had een oudere broer Gunnar (1906-) en twee jongere zussen Stina (1911, getrouwd met Hergin) en Ingegerd (1916-1997).

Toen ze 18 jaar oud en journalist in opleiding was bij de lokale krant 'Vimmerbytidningen', werd ze zwanger. De vader van het kind, die hoofdredacteur van de krant was, wilde met haar trouwen, maar zij sloeg dit aanzoek af en verhuisde naar Stockholm. Haar kind, een zoon die de naam Lars ('Lasse') kreeg, werd geboren op 4 december 1926 in het Rijkshospitaal van Kopenhagen, en overleed in 1986. Ze had van een advocaat hulp gekregen om de formaliteiten te regelen, en dit was het enige ziekenhuis in Scandinavië waar kinderen geboren konden worden zonder informatie door te geven aan publieke instanties; in het bijzonder hoefde ze de naam van de vader niet op te geven. Het kind leefde daar in een pleeggezin de eerste paar jaar van zijn leven, totdat Astrid Lindgren hem naar Stockholm haalde in 1929 toen zijn pleegmoeder ziek werd. In tussentijd spaarde ze haar loon op van haar bescheiden kantoorbaan en bezocht hem zo vaak ze kon. In het begon woonden ze samen op de kamer die ze huurde, en omdat er geen kinderdagverblijven bestonden, paste de hospita overdag op hem. De zomer daarna werd hij bij Lindgrens ouders thuis in Näs geplaatst. In Stockholm leerde ze voor secretaresse, kreeg werk als kantoorhulp en stenograaf en woonde daar de rest van haar leven.

In 1928 begon ze als secretaresse bij de Zweedse automobilistenorganisatie Motormännens Riksförbund en ontmoette daar haar toekomstige echtgenoot, Sture Lindgren (1898-1952), die daar op dat moment kantoorchef was. Ze trouwden in april 1931 en zij nam zijn achternaam over. Ze verhuisden naar een tweekamerflat aan de straat Vulcanusgatan, en ze haalden Lars terug naar Stockholm. Op 21 mei 1934 kregen ze hun dochter Karin. Lindgren stopte daarna met haar werk en was tot en met 1937 thuis met de baby.

In 1941 verhuisde de familie naar een flat aan de straat Dalagatan 46 waar ze uitkeken over het Vasapark. In overeenkomst met haar bescheiden persoonlijkheid leefde ze de rest van haar leven in deze driekamerflat.

Karin trouwde in 1958 met Carl-Olof Nyman en nam de achternaam van haar man over. Lars was op dat moment al getrouwd, en Lindgren woonde de rest van haar leven alleen.

Samen kregen de Lindgrens zeven kleinkinderen, en zes van hen zijn Mats Lindgren, Annika Lindgren, Anders Lindgren, Carl Johan Nyman, Olle Nyman en Nils Nyman.

Werk

Parallel met haar schrijversbaan werkte Astrid Lindgren vanaf haar 40e tot en met haar 65e als redaktrice bij de uitgeverij Rabén & Sjögren, die tevens al haar boeken uitgaf. Van haar volwassen leven is, behalve van haar schrijversleven, niet veel bekend, omdat ze haar persoonlijke leven voor zichzelf hield.

Schrijverschap

Lindgren beschreef haar vader, Samuel August, als een uitstekende verteller die tot in het kleinste detail in staat was mensen, milieu en situaties uit het Smålandse landschap levend te maken. Hij was zeer belangrijk voor haar, en zijn verhalen zijn terug te vinden in haar boeken. Ze heeft een biografie van haar ouders geschreven, die uit liefde trouwden, samen een goed leven hadden, er als ouders waren voor hun kinderen en hun veel speelruimte gaven. Hun liefdesverhaal heeft ze opgeschreven in Samuel August från Sevedstorp och Hanna Hult, dat uitkwam in 1976.

Haar schrijven is sterk beïnvloed door haar jeugd in het Småland van het begin van de twintigste eeuw. Hier vandaan haalde ze de natuur en het milieu van haar meeste boeken. Haar eigen veilige jeugd was de sleutel hiertoe.

Vanaf haar vijfde las ze alles wat ze tegenkwam en op school kreeg ze voortdurend te horen dat ze later beslist schijfster zou worden. Daarom nam ze zich voor dat ze dat nooit zou doen. Op dertienjarige leeftijd schreef ze een klein verhaal voor de lokale krant waar ze later werk kreeg. In de dertiger jaren schreef ze twee verhalen voor het tijdschrift Landsbygdens jul, en iedere avond vertelde ze een verhaaltje voor haar kinderen. Haar schrijverschap begon met een verhaal over Pippi Langkous (Zweeds Pippi LÃ¥ngstrump). Haar laatste manuscript, een kort verhaal, leverde Lindgren toen ze 74 jaar was.

De geschiedenis van Pippi Langkous begon in de winter van 1941, toen Karin, zeven jaar oud, met longontsteking in bed lag en haar moeder vroeg een verhaaltje te vertellen over Pippi Langkous, een naam die ze op dat moment bedacht. Lindgren begon te vertellen en het verhaal nam vorm aan. Het duurde echter veel langer voordat ze het opschreef; dit was voor het eerst drie jaar later, toen Astrid Lindgren haar voet verstuikte, bedoeld als cadeau voor Karins tiende verjaardag.

In 1944 kwam haar eerste boek uit, "Britt-Mari lättar sitt hjärte" (Britt-Mari lucht haar hart), en ze behaalde hiermee de tweede prijs in een kinderboekenwedstrijd. Het jaar daarna won ze met een manuscript van Pippi Langkous, dat ze eerder, in een andere versie, teruggestuurd had gekregen van een uitgeverij. Pippi Langkous werd het begin van een nieuw tijdperk in de kinderboekenwereld, en ze werd een symbool voor de vrije mens die conventies en autoriteiten overboord zette, en zo het kind en de kinderliteratuur bevrijdde van deze zware moraal.

Toen Lindgren debuteerde als schrijfster, was ze in het midden van een periode van ziekte en zorgen voor de familie. In het bijzonder was de herfst van 1944 zeer zorgelijk, en ze begon spontaan te schrijven. Het schrijven werd een uitweg van de werkelijkheid, en therapie tegen de zorgen: "Als ik schrijf, ben ik onbereikbaar voor alle zorgen."

Ze heeft zowel idyllische verhalen geschreven, als detectiveverhalen en boeken over eenzame kinderen, voor kinderen. Daarnaast schreef Lindgren essays en boeken voor volwassenen, plaatjesboeken, zangteksten en film- en theatermanuscripten. Ongeveer 40 films zijn gebaseerd op haar boeken.

Volgens de Noorse schrijfster Jo Tenfjord lachte ze altijd om degenen die haar boeken wilde 'psychologiseren'. Als iemand over haar rug heen pretentieus probeerde te zijn door een 'niet essentiële' vraag te stellen, kon ze daar plotseling in het Smålandse dialect op antwoorden met: "Hoeveel kost een gemiddeld bruin paard?" Er werd gezegd dat ze haar hele leven het kind in zich behield. Zelf zei ze dat ze altijd "een soort speelsheid ten opzichte van het leven" had. Ze bedoelde dat kinderen een speciaal soort humor hebben, en dat dit aanwezig moet zijn in kinderboeken. Bovendien vond ze dat kinderen behoren te weten van verdriet, kwaad en de dood. Dit is aanwezig in de wereld, en kinderen moeten daarmee leren omgaan. In het bijzonder schrijft ze in "De Gebroeders Leeuwenhart" (Zweeds Bröderna Lejonhjärta) over de dood.

"Ik wil schrijven voor een publiek dat wonderen schept. Kinderen scheppen wonderen als ze lezen."

Pippi Langkous 60 jaar

In 2005 bestond Pippi Langkous zestig jaar, en dat bleef niet onopgemerkt. Zij was van het populairste geesteskind van Lindgren.

Vertalingen

Haar boeken zijn vertaald in bijna 90 talen in 100 landen, waaronder Thai, Russisch, Arabisch en Slowaaks, en ze verkocht er in totaal meer dan 100 miljoen.

Pippi Langkous was het eerste boek van Lindgren dat in het Duits vertaald werd. Dit boek was reeds geweigerd bij vijf Duitse uitgeverijen voordat een net begonnen uitgeverij in 1949 zich waagde aan de publicatie. Lindgren bleef bij deze uitgeverij.

De Franse vertaling van Pippi Langkous verscheen in 1951 en werd streng gecensureerd, omdat het boek werd beschouwd als anarchistisch en provocerend. De eerste ongecensureerde Franse versie van Pippi Langkous verscheen meer dan 40 jaar later in 1995.

Politieke betrekkingen

Astrid Lindgren was politiek zeer betrokken, en de laatste dertig jaar van haar leven uitte ze zich vaak in maatschappelijke debatten.

Ze uitte zich als tegenstander van de opname van Zweden in de EU, ze verdedigde de rechten van het dier en nam deel aan milieudebatten. Haar verhaal Pomperipossa i Monismanien, dat verscheen in de avondblad Expressen, was het begin van een belastingsrel in Zweden, iets dat direct of indirect leidde tot de nedergang van de regering Palme in de verkiezingen in de herfst van 1976. Dit was eerste keer in 44 jaar dat de sociaaldemocraten niet in de regering kwamen.

Het verhaal schreef ze nadat ze erachter was gekomen 102% belasting te hebben betaald, en de Minister van Financiën Gunnar Sträng spottend uitsprak dat de uitgeverij een rekenfout gemaakt had. Later moest hij erkennen dat dit niet het geval was.

Enkele jaren later kregen de sociaaldemocraten hun steun terug toen staatsminister Ingvar Carlsson haar, en de rest van Zweden, beantwoordde met een nieuwe dierenrechtenwet in 1988. Deze wet kreeg de naam Lex Lindgren, maar Lindgren noemde de wet gebakken lucht, omdat hij niet bewerkstelligde wat hij beloofde.

Mede omdat Lindgren de Vredesprijs van de Duitse Boekhandel kreeg uitgereikt, schreef ze de speech "Nooit geweld". Nadat ze deze speech gelezen hadden mocht ze hem niet voordragen, omdat ze hierin huiselijk geweld met geweld op wereldniveau vergeleek, iets dat het Duitse publiek zou kunnen schokken. Lindgren zelf vond dat als men de prijs aan een kinderboekuitgever zou geven dat men erop moest rekenen dat ze het uitgangspunt van de kinderkamer zou nemen. Als ze de speech niet mocht houden wilde ze niet komen opdagen. Ze hield de speech en deze werd in een grote oplage gedrukt en werd zeer invloedrijk. Het jaar erna kreeg Zweden een wet tegen kindermishandeling.

In een referendum in 1980 nam Lindgren een duidelijk standpunt in tegen kernenergie.

In interviews gaf ze vaak een nonchalante en humoristische indruk, maar de Zweedse letterkundige Vivi Edström, die haar schrijverswerk bestuurde, liet vaak zien dat ze een belezen auteur en intellectueel was. Zij laat zien dat er vele sporen van andere literatuur in haar boeken zijn terug te vinden.

Gedurende haar hele leven was ze sterk betrokken bij de rechten van het kind. Margareta Strömstedt schreef op meerdere plaatsen in haar biografie dat het haar kwelde dat ze niet zoveel bij de eerste jaren van haar zoon kon zijn. Dit kan een van de redenen zijn dat ze zich bekommerde om de rechten van het kind, niet in de laatste plaats in haar boeken. Lindgrens eigen antwoord op de vraag waarom ze kinderboeken schreef, was dat ze "schreef voor het kind in zichzelf".

Lindgren doneerde veel van haar rijkdom aan zaken waarin ze geloofde, waaronder aan schrijvers die in hun vaderland vervolgd werden.

Begrafenis

Astrid Lindgren overleed op 28 januari 2002, na een kort ziekbed vanwege een virusinfectie. Ze overleed in haar appartement. Als de nuchtere persoon die ze was, had Lindgren reeds in 1988 afgesproken met een vrouwelijke priester dat zij de begrafenis zou leiden. Het jaar ervoor had ze een uitgebreid testament geschreven.

Astrid Lindgren werd begraven op Vrouwendag 8 maart 2002 in Storkyrkan in Stockholm.

Naar Astrid Lindgren vernoemde prijzen

  • De Astrid Lindgren-prijs werd in 1967 ingesteld door de boekuitgeverij Rabén & Sjögren met als doel Zweedse auteurs van kinderboeken te belonen.
  • De Astrid Lindgren Memorial Award werd ingesteld in 2002 door de Zweedse regering. De prijs gaat naar kinderboekenschrijvers, -tekenaars of -organisaties die de rechten van het kind en het lezen van het kind in Astrid Lindgrens gedachtegoed promoten.

Vernoemd naar Astrid Lindgren

  • Astrid Lindgrens skola, een school in Vimmerby;
  • Astrid Lindgrens gata, een straat in Vimmerby, Norrtälje en Ystad;
  • Astrid Lindgrens Terass, Stockholm;
  • Astrid Lindgrens Barnsjukhus, een kinderziekenhuis, Solna;
  • Astrid Lindgrens berg, in het Hansta naturreservat (1989);
  • Asteroïde nr. 3204;
  • De Zweedse onderzoekssatellieten Astrid 1 (1995) en Astrid 2 (1998)
  • Die Astrid-Lindgren-Schulen in Duitsland, ook wel AL-Schule, waarvan er meer dan 100 zijn.

Prijzen

Lindgren heeft een groot aantal Zweedse en internationale literaire onderscheidingen gekregen, en ze kreeg in 2000 een eredoctoraat aan de Universiteit van Linköping. Een aantal jaren voor haar dood vonden velen dat Lindgren de Nobelprijs in de literatuur moest krijgen.

  • 1950 Nils Holgersson-plaket
  • 1958 Hans Christian Andersen-medaille
  • 1963 Opgenomen in het genootschap De Negen
  • 1970 Expressens Heffaklump
  • 1970 Vredesprijs van de Duitse Boekhandel
  • 1971 Grote Gouden Medaille van de Zweedse Academie
  • 1975 Litteris et Artibus
  • 1987 Tolstojmedaille
  • 1990 Frödingstipendium
  • 1994 Right Livelihood Award
  • 1997 Zweed van het Jaar