James Watt

James Watt (19 januari 1736 – 19 augustus 1819) was een Schots ingenieur en wordt beschouwd als de uitvinder van de moderne stoommachine. Maar ook is hij de uitvinder van het kopieerapparaat.

James Watt werd geboren in Greenock, Schotland. Zijn vader was timmerman en leerde hem het nodige omdat James te zwak van gestel was om naar school te gaan. Nadat Watt als elfjarige op school kwam is hij een paar keer van school gewisseld. De middelbare school deed hij in Greenock waar hij goed werd in wiskunde. Omdat in Greenock geen passende opleiding was ging hij in Glasgow studeren. Daar werd hem duidelijk gemaakt dat iemand met zijn capaciteiten naar Londen zou moeten om te studeren. Daar studeerde hij dan ook af. In 1756 keerde Watt om gezondheidsredenen (reuma en migraine door oververmoeidheid) terug naar Glasgow.

Er bestonden in die tijd al stoommachines. Zo bouwde Thomas Newcomen in 1712 een stoommachine voor het oppompen van water uit de mijnen. Het waren pogingen om met stoom arbeid te verrichten. Deze vroege 'machines' hadden maar één cilinder en een efficiëntie van minder dan één procent. Dit leidde meer tot verspilling van brandstof dan tot enige nuttige prestatie.

Ergens in 1763 of 1764 repareerde hij een Newcomen stoommachine en begon manieren te bedenken om deze te verbeteren. Watt besefte dat een werkzame machine niet alleen verhitting maar ook koeling vereiste. Hij verbond een tweede 'condensor' cilinder aan zijn apparaat die hij gekoeld hield en de efficiëntie sprong omhoog naar 8%. Met latere verbeteringen haalde hij uiteindelijk 19% en daarmee had hij een werkende stoommachine. In 1769 krijgt hij een patent op deze verbeteringen. Dit jaartal komt in de geschiedenisboeken het vaakst voor als uitvinddatum van de stoommachine.

Matthew Boulton had een grote nijverheidsfabriek en gaf Watt opdracht om een stoommachine te bouwen voor zijn fabriek. Dat was de eerste Watt stoommachine en werd een groot succes. In 1774 begonnen ze gezamenlijk een bedrijf in Soho, een plaats bij Birmingham waar ze de verbeterde stoommachines produceerden. Men kan stellen dat Watt de industriële revolutie bewerkstelligde, iets wat het leven van de mens op aarde onomkeerbaar veranderd heeft. Tot die tijd werd nog heel veel door mensenkracht gedaan en kinderarbeid was aan de orde van de dag.

Een specifieke toepassing van zijn stoommachine is te vinden in de stoomlocomotief. Watt verwierf hier in 1784 patent op.

Watt is degene die de paardenkracht als eenheid van vermogen introduceerde voor het classificeren van de stoommachines. Zijn versie van de eenheid komt overeen met 550 foot-pond per seconde (735,5 Watt).

In 1800 ging Watt met pensioen. Vanaf die tijd leefde hij in Heathfield Hall vlakbij Birmingham. Hier overleed hij op 83-jarige leeftijd.

Vanuit het toenmalige wetenschappelijk oogpunt was zijn werk niet goed te begrijpen, maar een latere analyse door mensen als Carnot en Clapeyron van zijn empirische triomf legde de grondslag voor de thermodynamica.

Later werd de eenheid van vermogen in het SI systeem naar hem genoemd:

(Een gloeilamp van 60 W verbruikt dus 60 joule per seconde.)