Gerard Philips

Gerard Leonard Frederik Philips (9 oktober 1858 – 25 januari 1942) was een Nederlands industrieel. Hij was directeur van de NV Philips' Gloeilampenfabrieken (Philips).

Philips werd geboren te Zaltbommel als oudste zoon van de bankier Frederik Philips. Hij volgde de HBS in Zaltbommel en Arnhem en vervolgens de Polytechnische School te Delft, waar hij in 1883 afstudeerde als werktuigbouwkundig ingenieur. Na onder andere te Glasgow in het laboratorium van William Thomson (de latere Lord Kelvin) te hebben gewerkt, trad hij in dienst bij de Anglo-American Brush Electric Light Corporation Ltd te Londen. Voor deze maatschappij voor elektrische verlichting voerde hij projecten uit in Europa, onder andere in Berlijn.

Philips dacht erover samen met dit bedrijf een gloeilampenfabriek te stichten in Nederland, dat op dat moment geen patenten erkende. Toen het bedrijf van samenwerking afzag, begon Philips in 1890 te Amsterdam met Jan Reesse in diens woning aan de Herengracht 220 te experimenteren met het maken van gloeilampen. Het duo zou samen een gloeilampenfabriekje beginnen. Eind 1890 zag Reesse echter van samenwerking af. Philips kocht samen met zijn vader, die als geldschieter fungeerde, in Eindhoven een oud fabriekje aan de Emmasingel. Op 15 mei 1891 richtten vader en zoon Philips te Eindhoven de firma Philips & Co op, die kooldraadgloeilampen "en andere elektro-technische artikelen" ging maken. Vanaf 1895 werkte ook zijn jongere broer Anton Philips in het bedrijf; per 1 april 1899 als mede-firmant. Op 9 oktober 1907 werd de NV Philips' Metaalgloeilampenfabriek opgericht, die gloeilampen met een metaaldraad ging maken, en per 29 augustus 1912 brachten de broers alle activiteiten onder in de NV Philips' Gloeilampenfabrieken.

Gerard Philips stichtte in 1914 het Natuurkundig Laboratorium van Philips, en in 1916 samen met zijn echtgenote het Philips-van der Willigen Studiefonds. Hij trad op 1 april 1922 af als directeur van Philips, en werd opgevolgd door zijn broer Anton. Philips werd commissaris bij enkele bedrijven, en vestigde zich in Parijs en later in Cannes. In 1931 keerde hij terug naar Nederland, en vestigde hij zich in Den Haag, waar hij op 83-jarige leeftijd overleed.

Op 8 januari 1917 ontving hij een eredoctoraat van de Technische Hoogeschool te Delft.